Oud rechtsgebruik op Cura

Johan Hartog
1946 NWIG  
Bij een ceremonie, waaraan door negen hoornblazcrs onder een tambour maitre werd deelgenomen, heeft de Provoost-Geweldige van Curacao op Woensdag 6 Maart een voortvluchtige militair van de stoepen van het Rechthuis ingcdaagd. Dit is een oud rechtsgebruik, dat alleen gevolgd wordt, ingeval een gedagvaarde militair verstek laat gaan. Uiteraard doet zich dit zelden of nooit voor, daar een militair onder tucht staat, en als hij niet goedschiks voorkomt, met geweld gebracht wordt onder geleide van
more » ... onder geleide van gewapende schildwachts. Op Curacao, Nederlands West-Indië, was de indaging, zoals dit gebruik met een mooie oud-vaderlandse term heet, nog nimmer geschied. Of het in de laatste eeuw in Europees Nederland was voorgekomen, dat iemand werd ingedaagd, kon een der hoogste militaire gezagsdragers van Curacao ons niet meedelen. De indaging doet zich practisch alleen voor, als de gedagvaarde na zijn dagvaarding kans ziet de plaat te poetsen. Antonio A. Martis, een 22-jarige Bonairiaan, die een paar revolvers in dienst gestolen had, zag hiertoe inderdaad de kans. Hij monsterde aan en verliet als bemanningslid het gebiedsdeel. In dit geval nu moest hij tot driemaal toe "bij openbare edicten ad valvasCuriae", zoals het in de oude boeken heet, worden ingedaagd. De auditeur militair van de krijgsraad, die in deze qualiteit de oude titel van Impetrant r.o. (= ratione officü, ambtshalve) draagt, moet dan een request bij de krijgsraad indienen. Mr. Joseph J. A. Ellis, een bekend Curacaoënaar, die in Nederland rechten studeerde en thans deze functie bekleedt, is een minnaar van oude rechtsgebruiken. In fraaie oude formules stelde hij een request op om "tegen den voortvluchtige mandement Cri--137 -
doi:10.1163/22134360-90000398 fatcat:ipzn33ghmzhtvgj3d2eogqf5qu