Zielsrust en wijsheid onder een lichte sluier van bescheidenheid: De uitgave van de briefwisseling van Justus Lipsius (1547-1606)

M.E.H.N. Mout
2007 BMGN: Low Countries Historical Review  
Zielsrust en wijsheid onder een lichte sluier van bescheidenheid: 1 De uitgave van de briefwisseling van Justus Lipsius (1547-1606) 2 M. E. H. N. MOUT Inleiding: brieven en brievenboeken van humanisten Humanisten hebben in zeer verschillende literaire vormen over zichzelf en anderen geschreven, waarbij persoon en werk meestal onontwarbaar met elkaar werden verbonden. Een blik op hun reilen en zeilen wordt ons gegund door proza-en dichtwerken in alle mogelijke genres, waaronder biografische en
more » ... r biografische en autobiografische aantekeningen, lofredes en smaadschriften, en natuurlijk brieven. Ontelbare brieven moeten zij hebben gewisseld. Bibliotheken en archieven liggen er vol mee, terwijl reeds in de tijd zelf menige briefwisseling werd verzameld en uitgegeven. 3 Het merendeel daarvan is niet bepaald wat tegenwoordig onder persoonlijke brieven wordt verstaan. De humanistische ZIELSRUST EN WIJSHEID WEBPUBLICATIE 1 1 Vrij naar Johannes Woverius, Laudatio Iusti Lipsi (Lof van Justus Lipsius), bijschrift bij het gegraveerd portret van Lipsius door Pieter de Jode naar een schilderij van Abraham Janssens, opgenomen in de postume uitgave van Lipsius' Tacitus-editie (Justus Lipsius, Opera, Antwerpen 1607). Zie ook K. Enenkel, 'Humanismus, Primat des Privaten, Patriotismus und Niederländischer Aufstand: Selbstbildformung in Lipsius' Autobiographie', in: K. Enenkel, Chr. Heesakkers, ed., Lipsius in Leiden. Studies in the life and works of a great humanist on the occasion of his 450th anniversary (Voorthuizen, 1997) 43-45. 2 Van Justus Lipsius (1547-1606) is een omvangrijk corpus brieven bewaard gebleven. Het eerste deel (1564-1583) van de correspondentie (Iusti Lipsi Epistolae) verscheen in 1978 onder redactie van A. Gerlo, M. A. Nauwelaerts en H. D. L. Vervliet bij de Koninklijke Academie van wetenschappen, letteren en schone kunsten van België. Ook de delen II (1584-1587); III (1588-1590); V (1592); VI (1593); VII (1594) en XIII (1600) zijn voorhanden. Naar aanleiding van het verschijnen van Justus Lipsius, Iusti Lipsi Epistolae, VIII, 1595, J. de Landtsheer, ed. (Brussel: Koninklijke Vlaamse academie van België voor wetenschappen en schone kunsten, Paleis der Academiën, 2004, 660 blz., ISBN 90 6569 932 5) in 2004, het eerste deel uit de reeks dat de BMGN van de uitgever ter recensie ontving, volgt hieronder een exposé gewijd aan deze belangrijke briefwisseling. 3 Zie voor een algemene inleiding over de ontwikkeling van de brief vanaf de late Oudheid tot de Renaissance G. Constable, Letters and letter collections (Turnhout, 1976); voor de humanistische brief zie F. J. Worstbrock, ed., Der Brief im Zeitalter der Renaissance. Mitteilung der Kommission für Humanismusforschung, IX (Weinheim, 1983) en T. van Houdt, J. Papy, G. Tournoy, C. Matheeussen, ed., Self-presentation and social identification: the rhetoric and pragmatics of letter writing in early modern times. Supplementa humanistica lovaniensia, XVIII (Leuven, 2002); speciaal voor eigentijdse publicaties van brieven zie C. H. Clough, 'The cult of antiquity: letters and letter collections', in: Idem, ed., Cultural aspects of brief heeft een semi-privé, semi-publiek karakter. De inhoud, hoe intiem ook op het eerste gezicht, kon namelijk heel goed alreeds door de briefschrijver zelf voor een groter publiek dan alleen de geadresseerde zijn bestemd. De brieven zijn bovendien vaak hoogst gekunstelde literaire scheppingen in vloeiend, maar helaas meestal niet gemakkelijk Latijn. De ware humanist deed immers zijn best zijn geesteskind zoveel mogelijk op antieke voorbeelden te laten gelijken. Reeds Petrarca was gefascineerd geraakt door de correspondentie van Cicero en schreef hierdoor geïnspireerd zijn befaamde Epistolae familiares (Vriendschappelijke brieven). 4 Ook zijn zelfportret in woorden en zijn autobiografie zijn vervat in een brief, want hij was ernstig bekommerd om zijn latere faam en wilde daar zoveel mogelijk invloed op uitoefenen. 5 Bovendien liet Petrarca de antieke brief in verzen herleven in zijn Epistolae metricae (Brieven in versvorm). 6 Petrarca en andere vroege Italiaanse humanisten kregen vele navolgers, tot in de zeventiende eeuw aan toe. De brief werd een uitgezocht vehikel voor hun ideeën en vertoonde een grote verscheidenheid naar vorm en inhoud: tussen proza en poëzie, tussen fictieve en werkelijke adressaten, tussen zakelijke nieuwtjes en hooggestemde theorieën, tussen ernst en luim zijn bovendien nog allerlei mengvormen te vinden, soms zelfs in een en dezelfde brief. De in het Latijn gestelde prozabrief overwoog, hoewel er ook graag Latijnse brieven in versvorm werden geschreven. Altijd was de vorm aan bepaalde retorische regels gebonden: de regel van helderheid die nooit met wijdlopigheid gepaard mocht gaan, stond mogelijk het hoogst in aanzien. Tenslotte was een brief niets meer of minder dan een elegant geschenk aan een bekende of vriend (of een niets aan duidelijkheid te wensen overlatend bericht aan een vijand, dat kon natuurlijk ook het geval zijn); daarom moest hij aan de hoogste eisen van de retorische kunst voldoen. 7 Geen wonder dat er handleidingen voor het briefschrijven kwamen, waarvan die van Desiderius Erasmus en Juan Luis Vives de bekendste zijn (beide getiteld De conscribendis epistolis
doi:10.18352/bmgn-lchr.6558 fatcat:7f7yawukrrce7jroc6kljs45le