BOEKBESPREKINGEN

J. Valkhoff
1952 Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie  
400 blz. door Prof. M r J. V alkhoff Dit werk van de Utrechtse hoogleraar heb ik altijd voortreffelijk als leerboek bevonden. Op grond van een ruim twintig-jarige ervaring als repetitor voor het doctoraal-examen rechten en als opleider voor ver schillende andere examens, waaronder het examen Recht voor het N.I.V.A., en nu al weer zes jaren als academisch docent wil ik dit gaarne en zonder voorbehoud verklaren. De bruikbaarheid juist als leer-en stu dieboek komt, dunkt mij, allereerst door de
more » ... voudige, rustige en heldere wijze van uiteenzetting, welke Zevenbergen kenmerkt. Wanneer ik het bij een enkel voorbeeld met didactische waarde laat: de transportfunctie van alle endossementen enerzijds en de garantiefunctie speciaal van het wisselendossement anderzijds (blz. 73 en 74); de practische reden van een wissel aan eigen order (blz. 111); het fonds (blz. 136). Vervolgens door de bijzonder overzichtelijke indeling van de door hem behandelde stof, die zeker niet tot de gemakkelijkste van het privaatrecht behoort. De in deling van het boek in twee grote Afdelingen (I. Orderpapier, II. Toonderpapier) na een algemene Inleiding; beide Afdelingen, elk weer be ginnend met een Inleiding, onderverdeeld in Hoofdstukken; de Hoofd stukken op hun beurt onderverdeeld in paragrafen; en een doorlopende nummering door 't gehele boek heen, vergemakkelijkt de bestudering in hoge mate. Het derde deel van M. Polak's "Handboek voor het Nederlandse Handels-en Faillissementsrecht" , het magistrale "W issel en chèquerecht" van de hand van de onvergefelijke F. G. Scheltema, onlangs in een vierde druk bewerkt door de Groningse hoogleraar in het handelsrecht en het internationaal privaatrecht, Prof. Mr J. W iarda, graaft theoretisch en wetenschappelijk veel dieper, maar het is dan ook zeker anderhalf maal zo groot en ondanks de merkwaardige klaarheid van Scheltema's betoog veel moeilijker te verwerken. Zeker voor niet-rechtsgeleerden van profes sie, doch die natuurlijk wel een zekere civielrechtelijke en handelsrech telijke ondergrond dienen te hebben verkregen -■ met name denk ik aan accountants, opgeleid op de Instituuts-cursussen of aan Universiteit en Hogeschool -is daarom Zevenbergen's boek gemakkelijker te bestu deren en te raadplegen, wanneer zij bij hun practische arbeid met wissels, orderbriefjes, chèques, cognossementen, quitanties aan toonder en toonderpromessen in aanraking komen, hetgeen nog al eens gebeurt. Nu dit leerboek, bijna zestien jaren na de vorige uitgave een nieuwe druk -de vierde ■ -• beleeft, dient dit verheugende feit dan ook in het M .A.B. te worden gesignaleerd. De literatuuropgaven, die het gehele boek door aan de meeste paragrafen voorafgaan, zijn door Zevenbergen herzien en aangevuld. Ik miste de recente Amsterdamse dissertatie van C. }. de Haan over "Eigendomsovergang van roerende zaken" (1946), waarin het elfde Hoofdstuk over de betekenis van artikel 2014 van het Burgerlijk Wetboek voor order-en toonderpapier handelt. Had ook A. F. Schnitzer's "Handbuch des Internationalen Handels-, Wechselund Checkrechts" niet vermeld moeten zijn, bijvoorbeeld op pagina 77? Ook de jurisprudentie is geschift en nauwgezet bijgewerkt. In menig op zicht is door de auteur rekening gehouden met nieuwe buitenlandse en m a b blz. 164
doi:10.5117/mab.26.15966 fatcat:okhnh6lj5bhcjdgyvfvmnm2fei