Van wreed naar werkbaar optimisme: bestuurskunde in transitie

Mirko Noordegraaf
2019 Beleid en Maatschappij  
Inleiding La Grouw heeft een interessant en relevant stuk geschreven. Om twee redenen. Ten eerste zit het stuk vol gevoel, ervaring en perceptie, en in die zin gaat het ergens over. Namelijk hoe het voelt om als jonge onderzoeker in onze hedendaagse bestuurskunde te opereren. Ten tweede zit het stuk vol kritische analyse, en het is niet alleen mooi dat een jonge onderzoeker de wereld om haar heen analyseert -het is mooi dat een jonge onderzoeker het 'jonge onderzoeker'-zijn analyseert. Mooi, en
more » ... nalyseert. Mooi, en belangrijk! Maar, aan de gevoelens alsmede de kritische analyse zitten wel wat haken en ogen. Ik zou het kunnen hebben over de gevoelens, in zekere zin de zeer existentiele gevoelens, die in La Grouws stuk benadrukt worden, en dan zou ik benadrukken dat het doormaken van een PhD-traject altijd een dosis flinke existentiële twijfel en onzekerheid genereert. Dat is van alle tijden. Ik zou het ook kunnen hebben over het paradoxale feit dat La Grouw's discoursanalyse van jonge onderzoekers in relatie tot senior onderzoekers nogal strikte discursieve distincties fixeert -zoals tussen 'junior' en 'senior' -en daarmee automatisch asymmetrie en oppositie bestendigt -'junior versus senior'. Die distincties zijn weinig behulpzaam.
doi:10.5553/benm/138900692019046001013 fatcat:iuw6oawpefcfnpz2jlnb3ratky