De Verovering van Balambangan [chapter]

1958 De regering van Sultan Agung, vorst van Mataram (1613-1645) en die van zijn voorganger Panembahan Séda-ing-Krapjak (1601-1613)  
Het voorspel der verovering. 1625-35 De eerste geruchten omtrent een tocht der Matarammers naar Balambangan zijn van mei 1625, onmiddellijk na de overgave van Sura-Baja. Het bericht is afkomstig van entjik Muda, een Chinees, die, van Ken~al afkomende, "seijde, dat de Mattaram 20 à 30.000 man nae Ballambangan gesonden hadde, om 't selve te vermeesteren" (D. 1 mei 1625). Deze tijding is echter meer te beschouwen als een verwachting en werd reedsin de generale missive van dat jaar (dd. 27 october
more » ... 625) tegengesproken, terwijl ook in de volgende jaren de vorst naar Balambangan niet scheen te talen (d.]. V, 114), wat men ook voorspelde (d.]. V, 98). Doch in 1628 begon de vorst van Balambangan zich ongerust te maken en "versocht van d'onse, teghens den Mattharam gheassisteert te werden, vermits hem dreijchde" (D.24 sept. 1628). Ook in de volgende jaren streefde hij naar de vriendschap der Compagnie. "Den Coninck noodicht ons, ende sage gaerne comptoire ende volck in syn landt", schreef Van Diemen op 5 juni 1631 tijdens zijn thuisreis. Hij achtte het evenwel ongeraden, ook al waren de Compagnie en Balambangan beiden vijanden van Mataram. Evenmin meende hij op een dergelijk aanbod van de Balische grootvorst te moeten ingaan (d.]. V, 170). Slechts voor particulieren, vrij burgers en Chinezen viel er wat te doen. Wat de verhouding Bali-Balambangan betreft, "den Coninck van Baly pretendeert haer beschermheer te weesen, is metteenen genoechsaem meester van 't land, ende doen de vreemdelingen grooten overlast" (ibidem). Ook het bericht in Dagregister 25 juli 1632, meldende, dat "de Coninck (van Balambangan) op Balij was", wijst op een zekere onderhorigheid van het eerstgenoemde rijk aan zijn oostelijke buurman. Gelijk wij zien zullen, oefende de Dewa Agung van Gelgel destijds ook over de eilanden Lombok en Sumbawa macht uit. Deze invloedrijke vorst van BaU hoopte de Compagnie nu tegen
doi:10.1163/9789004286450_017 fatcat:ybwqrzszbbg4rmqny7qhflk5mi