De fata morgana van een basisinkomen

Raymond Gradus
2015 Beleid en Maatschappij  
In de jaren zeventig deed het idee van het basisinkomen opgeld in kringen van libertijnse economen. De rol van de overheid was te groot geworden en er lagen vele niet-economische motieven ten grondslag aan het overheidsoptreden. Een belangrijke exponent daarvan was Nobelprijswinnaar Milton Friedman, die van mening was dat het overheidsoptreden alleen te rechtvaardigen valt op grond van efficiëntie-of rechtvaardigheidsargumenten. Relevant voor dit artikel is zijn opvatting over rechtvaardigheid.
more » ... r rechtvaardigheid. De samenleving heeft hier een verantwoordelijkheid en niet zozeer de overheid. Het ideale arrangement is private liefdadigheid. Omdat Friedman inzag dat dit niet haalbaar was, acht hij een basisinkomen voor iedereen de minst slechte vorm van overheidsinterventie (Friedman, 1962) . Een basisinkomen werd dus beredeneerd vanuit een sterk geloof in de werking van het marktmechanisme en de minimale invloed die het basisinkomen daarop had. In de jaren zeventig was vooral de Politieke Partij Radicalen (PPR), die later opging in GroenLinks (GL), pleitbezorger van een basisinkomen. In 1977 werd het in het verkiezingsprogramma opgenomen. Toch was het in Nederland vooral de toenmalige D66-minister van Economische Zaken in het kabinet-Kok I, Hans Wijers, die het basisinkomen op de politieke agenda zette (in een interview met het NRC Handelsblad op 17 december 1994). Hij opteerde voor een negatieve inkomensbelasting (lager dan het minimumloon), waardoor werken weer zou gaan lonen 1 en de bureaucratische uitvoeringsorganisaties in de sociale zekerheid konden worden opgeheven. Wijers' pleidooi ondervond echter weinig weerklank, ook omdat volgens velen de overheid zich in de eerste plaats moest richten op dringender problemen, zoals de torenhoge werkloosheid. De politieke discussie verstomde destijds en in het begin van deze eeuw waren er weinig pleidooien (ook niet binnen D66 en GL) voor een basisinkomen. In Nederlandse christendemocratische kringen was nooit veel enthousiasme voor het basisinkomen. In geen van de rapporten van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA over arbeidsmarkt en sociale zekerheid rond de eeuwwisseling werd het concept besproken. In het rapport van het Strategisch Beraad (1994) werd juist een lans gebroken voor een activerende sociale zekerheid. Wel publiceerde de Konrad Adeneur Stiftung, het wetenschappelijk bureau van de Duitse zusterpartij CDU, in 2007 een verkenning naar 'das Solidarische Bürgergeld' (Borchard, 2007). De Thüringse minister-president Dieter Althuis had in de zomer van 2006 voor-* De auteur dankt Maarten Neuteboom, Rien Fraanje, Pieter Omtzigt en Pieter Jan Dijkman voor commentaar bij een eerdere versie. ** Prof. dr. Raymond Gradus is hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam en ten tijde van schrijven van dit artikel directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. r.h.j.m.gradus@vu.nl 250
doi:10.5553/benm/138900692015042003006 fatcat:z6gmc26jffhu3fqfvycoinlhsq