Verklaring der Inheemsche Termen in de Beschrijving van het Ceilonisch Volksrecht

Ph. S. VAN Ronkel
1919 Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde  
Inheemsche rechtstermen in Ceilonsch volksrecht kunnen uit twee talen ontleend zijn: het Singaleesch, de eigenlijke taal van het eiland, en het Tamil, de Dravidische Zuid-Indische taal, die niet alleen in den Dekhan maar ook op Ceilon door talloos velen wordt gesproken als omgangs-en handelstaal, en in veelvuldig gebruik is als schrijftaal van allerlei soort literatuur. Welke der beide talen hier in aanmerking komt, blijkt reeds uit den Tamil-naam der wetgeving, en uit de omschrijving daarvan
more » ... chrijving daarvan als «description of the customs of the Tamil-inhabitants of Jaffna on the island of Ceylon;» buitendien vermeldt het stuk zelf als taal van ontleening: 't Mallabaars, de gewone benaming: in den Compagniestijd voor het Tamil. Den naam T h e s a w a 1 e w e verklaarde Prof. Kern reeds als : landsgebruik, tesawa]amai; niet geheel overbodig is wellicht de mededeeling dat tesa het Sanskrit de ga is (naar Tamil klankregels met verscherpten aanvangsklank), hetzelfde als het welbekende Javaansche leenwoord desa, en dat wajamai (van wal a m = orde, goede regeling) eigenlijk decorum, goede orde beteekent. Het stuk nu bevat de volgende adatrechtstermen: moedesiom, erfgoed voor zooverre door den man ingebracht. Dit woord kan niet juist zijn. Vooreerst is de substantiefuitgang, vooral van ontleende Sanskrit-neutra am, niet om, voorts is de eerste lettergreep niet te verklaren. Zonder twijfel lezen wij moendesiam, en verstaan dit woord aldus: moen = eerst, vooraf (welk element straks weder optreedt), en tesiyam, = têcijam, dat is het Sanskrit ya-gerundivum van den wortel
doi:10.1163/22134379-90001636 fatcat:f3t5p5me45fyja4rkcn2df2od4