Het verzet van de bevolking tegen Nederlandse bestuursmaatregelen 1870-1914

The Siauw Giap
1971 BMGN: Low Countries Historical Review  
Het verzet van de bevolking tcgon Nederlandse bestuursmaatregelen 1870-1914* THE SIAUW GIAP De Javaanse maatschappij kende traditionele vormen van massaprotest. In de Vorstenlanden had men voor dit soort protesten een apart woord: dipépé, hetgeen betekent 'in de zon gebraden worden'. Want de klagers gingen tussen de waringins op het plein van de kraton in de zon zitten. Gewoonlijk droegen zij een witte hoofddoek opdat zij gezien zouden worden vanuit de voorhof van de kraton en zij hoopten
more » ... n zij hoopten daarna gehoord te worden door de vorst. Meestal betrof het een massa-protest van honderden over te zware dienstprestaties, te geringe vergoeding voor diensten, over nieuwe verdeling van gronden, enz. Haga 1 , aan wie deze gegevens zijn ontleend, vermeldt niet hoe effektief die massaprotesten waren. In de moderne koloniale geschiedenis werd de mogelijkheid tot massa-protest minder. Voor 1872 werden 'ongepaste openbare manifestaties' ter politierol gestraft. Het Politiestrafreglement voor Inlanders van 1872 had de bedoeling ieder massa-protest strafbaar te stellen. Niet dat aan deze wettelijke bepalingen strikt de hand werd gehouden. Een verstandig bestuursambtenaar ontving menigmaal een klagende menigte in gehoor, en maakte zo kennis met de volkswil. Maar de literatuur en krantenberichten vermeldden ook vaak gevallen van bestraffing van deelnemers aan een massa-protest, zonder dat daaruit de indruk wordt verkregen dat er sprake was van verstoring van de openbare orde of poging tot intimidatie van de ambtenaar tot wie het protest gericht was. Behalve door bestraffing kon de overheid massa-protest verhinderen door de deelnemers te dwingen naar huis te gaan 2 . Nog een andere ontwikkeling dient hier te worden genoemd. In de loop van de negentiende eeuw verloren de Javaanse dorpshoofden hun oorspronkelijke functie in de oude maatschappij als regelende en bemiddelende gezagsdragers, regerend in overeenstemming met het rechtsbewustzijn van de bevolking. Zij werden ingeschakeld bij de uitvoering van het cultuurstelsel, de verplichte diensten, en bij andere bestuursmaatregelen. In de ogen van de bevolking werd het dorpshoofd in zekere zin een lage bestuursambtenaar 3 . In streken met uitheemse cultuurondernemingen, zo-* Ik dank het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor de mij verleende toestemming tot raadpleging van het Archief van het voormalige Ministerie van Koloniën. 1. B. J. HAGA, Indonesische en Indische democratie ('s-Gravenhage, 1924) 126. 2. Ibidem, 130 vlg. 3. Ibidem, 5.
doi:10.18352/bmgn-lchr.1650 fatcat:w3ogxtrzf5a4zd54ezoyu3fhea