De voorgestelde wijziging der Indische mijnwet

N. Wing Easton
1916 De Economist  
DE VOORGESTELDE WIJZIGING DER 1NDISCt-IE MIJNWET. (1). Bij Koninklijke Boodschap van 8 Jtfli 19't6 (No. 422 der Gedrukte Stukken) is bij de Tweed, e Kamer ingediend een Ontwerp van Wet, hot{.ctende wijziging der Ind.ische Mijnlwet (I. M.), dat een had.ere bespreking overwaard is, d~ar bet een keerpunt vormt in de mijnbouwpolitiek der Regeering ten aanziei1, van Ir~diG De vroegere Indische mijn,verordening (K. B. van 2 Sept. 1873; Ind. Stb. 217a) stond op bet standpunt: lo. dat men omte mogen
more » ... t men omte mogen "opsporeff' eer! "vergunning" nobd~g ha4; 2o. d~at 4e "ontdekking" eener d elfstof g e e n r e c H t gaf op l~et verkri~gen eener concessie, omdat die ond, er zekere voorwaarden kon. worden verleend aar~ de(n) eigenaar(s) van, oH de(n) rec.l~thebbende(n) op den grond (voorke~lrsreckt var~ den grondeigenaar); 30. dat, alvoren~s eell concessie werd verleend, d~or d, en aanvrager een "bewijs van gegoedheicW en een bewijs van de "economische mogelijkheid" derwinning moest worden overgelegd ; daarentegen 40. behoefde de aalwrager niet aan te toon. en dat alleaarlgevraagde mineralen werkelijk in zijn terrein gevonden waren. De Wet van 23 Mei 1899 (Ned. Stb. 124; Ind. Stb. 214) beh~eld d~en eisch, van "vergu,nning", --verbotlc~ aan de "ontciekking" bet r e cht op concessie, --liet den eisct-r van "gegoed,heid" vallen, --d'och verlangcie duidelijke aantooning van een t~oevee]heid mineraal, noodig voor een rationeele ontginning, terwij! geen delfstoffen wer4en geconcessionneerd" waarvan de aanwezigheid op dien voet niet was aangetoond. ~) Zoo heel reel verschil was er ~ ten minste ten aanzien van dit on!-lerdeel --ni. et, al lijkt dit op bet eerste gezicht wel zoo te zijn, tusschen de bepalingen tier beide verordeningen of liever van hare consequen-~) Zie voor meerdere detaits: bet.door schrijver dezes gegeven overzicht diet beide mijnverordeningen oR p. 37 e.v. van bet ]~aarboek 1914 v.h. Geologisch-Mijubouwkundig Genootschap voor Nederland ell Koloni~n. ]~co~. 1916 53
doi:10.1007/bf02205008 fatcat:dfq53524r5e63dqakm434b5fga