Eenige opmerkingen over het pensionneren, en andere ambtenaars belangen

A. van Eck
1866 De Economist  
In are Girls voor Sept. 1865 handelt de hoogleeraar Visserfng over dit belangrijk onderwerp en noodigt belangstellenden uit mede daarover te spreken. Wanneer men daarbij zelf belanghebbende is, staat men bij bet bespreken van zoodanige quaesti~n wel bloot voor de verdenking, dat her eigenbelang ons drijl't, en ongetwijt'eld is dat, zonder dat wij het zelve weten, wel eenJgzins van invloed op de vorming van onze denkbeelden; ook zal dan het gezegde bij hen, die de waarde der argumenten niet
more » ... rgumenten niet kunnen of willen toetsen, bij hen die niet vragen wal er gezegd wordt, maar ~oie bet zegt, oneindig minder ingang vinden, maar ik meen dat die mlndere voldoening van onzen arbeid, die wij bij sommigen zullen inoogsten, de belanghebbenden, hler de ambtenaren, niet mag weerhouden hunne stem te verheffen. Her meet eehter ons streven zijn nimnaer hetindividueel belang ten koste van her algemeen veer te staan. FIet is in her algemeen belang da~ de Staat zijne ambtenaren goed behandele, want dan zullen zich meer gesehikte en bekwame personen aan de staatsdienst toewijden, terwijl men nlet zoo veelvuldig als thans zoude opmerken, dat de besten en bekwaamsten andere betrekkingen boven de staatsdienst verkozennog meer dan ruime belooning acht ik eene billijke behandeling, een vast stelsel noodig en wensehe]ijk, en ik kan niet inzien, waarom bij her eene departement naar ganseh andere regelen, indien de aard van de betrekking dat althans niet vordert, dan bij her andere meet gehandeld worden. Ik nam de pen niet op, om den laeer Vissering te bestrijden; ik zoude een strijd wel niet schuwen, bestond er reden toe, doeh tusschen ons is bijna geheele eenstemmigheid. Her verheugt mlj ~n veer het belang van mijn stand, en meer nog om her algemeen be]ang, dat mannen als iKr. Vissering zich met die quaesti~n bezighouden. Her gezag van hun naam, al moeten wij daarom de waarde van hun geschrift niet hooger stellen dan het verdient, zal beletten dat hun woord onopgemerkt voorbijgaat. Ik sprak van b/jx~ 9ehee/~ instemming en verschil daa~in met den heer u dat ookik meen, dat zonder den uitweg van her pensioen, ongeschikte en onbruikbare personen ]anger in dienst zouden worden gehouden, dan met bet algemeen belang overeenkomt. Ik kan de gegrondheid van die meening niet bewijzen; vooreerst bestaat bet geva] niet en is er thans de gelegenheid om bijna alle ambtenaren te penslonneren, maar bestond het geval, men kan zijne eigene beweegredenen en bedoelingen openbaren, maar her is zeer de vraag of die onvoorwaardelijk geloof en vertrouwen zouden vinden: zeker is her dat dit niet her geval zal zijn bij de personen die door de verwezenlijking van die denkbeelden, de toepassing van een stelsel, benadeeld worden. War is moeijelijker dan het oordeel over personen en hoe onmogelijk is
doi:10.1007/bf02203372 fatcat:nk6hgli3xbdd5dzm6ghdpo2gca