Het animisme bij den Minangkabauer der Padangsche Bovenlanden

J.L. van der Toorn
1890 Bijdragen tot de Taal-, Land- en Volkenkunde  
wordt gezegd er uit te zien als een oud, verschrompeld man, vuil en slordig gekleed, met lang, ongekamd hoofdhaar, dat hem op de schouders hangt. De Djoembalang is de kwelduivel, die iemand overvalt, als hij zonder eten op weg of aan het werk gaat, en dit aan anderen vertelt. Boedj ang-Djoearö is de beschermgeest, die bij de hanengevechten wordt aangeroepen, doch wiens genegenheid verbeurd wordt als men leugentaal spreekt. Zooals blijkt, zijn de bemoeienissen van de geesten tegenover den mensch
more » ... egenover den mensch uitgestrekt en menigvuldig, en is het beslaan van dezen ten eenemale van de gezindheid en het karakter der eersten afhankelijk. De Minangkabauer onderscheidt de geesten in goede en kwade, de eersten 'gewoonlijk samenvattende onder den naam van djihin islam, de laatsten ouder dien van ibilih, setan of hantoe. Hantoe pleegt men anders ook een geest te noemen, zoodra deze zich, onverschillig in welke gedaante, aan den mensch vertoont. Merkwaardig vooral zijn dergelijke verschijningen aan vrouwen in haren slaap, daar die, volgens de volksopvatting, zwangerschap ten gevolge hebben. De geest heet dan een wali, een vriend Gods, te Kipt, es wordt afgeschilderd als een sa» rast eea Manke gelaats-Mear en een langen baard; hij is gewoonlijk ÏB het wit gekleed, heeft een witte» talbsiw! op het hoofd, ea verspreidt gettren vaa de kostbaarste reukwerieiK Zatte geesten denkt ïaea zich atfc dea lieaiel aedergedaaid: mee geeft haa dikwijls tot afgezant den meergesoemdeB vogel Bora*, wieas bestönsiÏBg liet ook wei is, dienst te does als rijpaard voor de zieles, die het rijk saa Allah zatte» MaaeatredeB. Yaa sit hua hooge woonplaats irerkoadigea die geesten met luider stemme wat zij willen, of geven dit ook wei te kennen in eertig geschrift, waarmede sïj Bora*" naar ix-aedeB zesden, of dat zij eenvoudig laten Talleru "Voorbeelden daarma ¥indt mea o. a. in de P*»teri Balkis en is den MascljaQ Ari. Aadere vogels, d» den gestes ten dienste staan of zetTe ais geestea bescfeoawd wortieti, zijn de boeroe&ng niroe ea de boeroeSag bajsn. Hierboven werd gezegd, dat de geestea afcli o, a. ook ophoadeu »H of iu patten es bronnen, en dasr de^ plasten zos Taak beaockfe woiden, ketzij aas er het iieasaai te muïgeB, aetój om er de dagelijksehe gebölea te doea, spreekt het vsüself, dat mea telkeiiiBale gevaar loopt vooral d&w" met hen in aanraking te komen. IKt is TOG?&1 het geval op middagen, dat hefc stofregest en dat tege?iïjkertijd de ZOB sdtijnt. Op zalk een oogenbiik wares daar eene menigte daeiaoaoaea road, en liijj die na oneerbiedig geaoeg is out het basi-
doi:10.1163/22134379-90000218 fatcat:2dgx2ruiwfazxea6xap7oqay4i