PUBLICATIE VAN VERSPILLING EN INEFFICIËNCIES IN DE JAARREKENING?

P. J. H. J. Bos
1955 Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie  
Met verwondering nam ik kennis van het in het Januari-nummer van het M .A.B. opgenomen artikel "Publicatie van verspilling en inefficiëncies in de jaarrekening?" van de hand van collega Beekman. Schrijver sluit hier aan op een, zoals hij zelf reeds aangeeft, in het kader van het door mij uitgebrachte prae-advies op de accountantsdag onderge schikte passage uit dit prae-advies. Hij onderstreept in het door hem gege ven citaat één zin, namelijk: "Indien waarden verloren zijn gegaan door
more » ... gaan door verspillingen of inefficiëntie dient dit uit de jaarrekening te blijken" . Indien collega Beekman aanleiding had gevonden dit onderwerp los van mijn prae-advies te bespreken en zijn eigen mening te geven, had ik geen enkele aanleiding gehad hierop te reageren en zou er met belangstel ling kennis van hebben genomen. Thans meen ik echter te moeten protesteren tegen de onjuiste indruk die wordt gewekt, doordat één passage wordt geïsoleerd uit het gehele betoog: de algemene opmerking die schrijver aanhaalt was in een ander verband gegeven en hield geen onvoorwaardelijk geldend voorschrift in. Het betekende de formulering van een algemeen beginsel, voor welker toepassing op een concreet geval uiteraard ook deskundigheid nodig is. Collega Beekman vermeldt dat de bedrijfsleider als regel de relatieve betekenis van de normen beseft, en mocht dus aannemen, dat dit ook bij mij het geval is. De door schrijver gemaakte opmerkingen liggen grotendeels op het ter rein van de administratieve organisatie: het gestelde probleem heb ik in mijn prae-advies niet behandeld. Voor mijn opvatting in deze moge ik verwijzen naar het artikel van mijn hand "D e administratie als instrument voor de technische leiding" , gepubliceerd in het tijdschrift "Economie" van Juli 1953. Ik releveer hieruit, dat men door de invoering van efficiëntie-en kostenstandaards een maatstaf verkrijgt voor de beoordeling van de kosten. In aansluiting op het aangehaalde artikel moge ik vermelden, dat ik bij de opleiding, zowel bij de behandeling van de bedrijfsbegroting als van de algemene leer der administratieve organisatie, er steeds op heb gewezen, dat men ook intern niet te snel moet spreken van inefficiëntie. Bij de vaststelling der normen -respectievelijk voor de prestaties per bedrijfsdrukte-eenheid en voor de kosten per bedrijfsdrukte-eenheid .dient het oordeel van de verantwoordelijke functionaris te worden ge vraagd, mede omdat het gewenst is, dat de taakstelling ook wordt aan vaard. Deze normen betreffen gemiddelden, die in de toekomst verwacht mogen worden bij de bestaande graad van inefficiëntie van het bedrijf. Ook afgezien van verschillen in de grootte van de orders zijn afwijkin gen naar boven zowel als naar beneden dus te verwachten. Hoewel een nadelig saldo in een bepaalde periode onder de gestelde voorwaarden intern als inefficiëntie mag worden weergegeven, zal men de afwijkingen vanzelfsprekend analyseren. Ik heb dit in voornoemd artikel op meerdere plaatsen uitdrukkelijk gesteld. Uit relatief geringe afwijkingen mag men zeker niet concluderen dat inefficiënt is gewerkt, terwijl ook de graad van inefficiëntie, waarop de normen zijn gebaseerd hierbij niet buiten beschouwing mag blijven. m a b blz. 75
doi:10.5117/mab.29.14813 fatcat:swrxbamezjg3dlxtpfasmqvg4a