Van wie is de verzorgingsstaat?

Menno Fenger
2019 Bestuurskunde  
Het is een aansprekend beeld: de lekencontroleur die op zijn fiets alle zieke medewerkers op hun eerste ziektedag bezoekt om beleefd te informeren hoe het met hen gaat, hun beterschap te wensen en eventueel een gezonde fruitmand of een minder gezonde kruik jenever namens de werkgever aan te bieden. Het beeld is, zoals Kees Schuyt (2013, pp. 12-13) zei, exponent van een tijd waarin de sociale regelingen (ziektewet en werkloosheidsverzekering, ziekenfonds en sociale woningbouw) waren ingebed in
more » ... n samenleving waarin herkenbare en vaak plaatselijke gemeenschappen de uitvoering van de regelingen droegen en tegelijk voor de vanzelfsprekende controle zorgden. De regelingen waren ingebed in de 'leefwereld' van de burgers die gekenmerkt wordt door vertrouwen, nabijheid en gemeenschappelijkheid. Door de uitbouw en hervorming van de verzorgingsstaat zijn deze regelingen eerst 'verstatelijkt' en daarna 'vermarkt'. De oorspronkelijke waarden hebben plaatsgemaakt voor wantrouwen, objectiviteit en kosteneffectiviteit. De verzorgingsstaat is onderdeel geworden van de systeemwereld waarin bureaucratische rationaliteit en uitvoeringslogica centraal staan. De verzorgingsstaat die van ons allemaal zou moeten zijn, is van niemand geworden. In mijn oratie betoog ik dat dit proces van institutionele onteigening niet alleen kan leiden tot overbenutting en misbruik van sociale regelingen, maar ook tot een ineffectieve en inefficiënte verzorgingsstaat. De verschuiving van verzorgingsstaat naar participatiesamenleving biedt mogelijkheden om individuele burgers het eigenaarschap over hun verzorgingsstaat terug te geven. Dit gebeurt ook al in de praktijk, bijvoorbeeld door ouders die een kinderopvang overnemen of door zzp'ers die een onderlinge ziektekostenverzekering oprichten in de vorm van een broodfonds -al dan niet met een lekencontroleur. Ook de coöperatie als juridische vorm is weer helemaal terug van weggeweest. Het is echter de vraag of dergelijke kleinschalige initiatieven een structureel alternatief kunnen bieden voor de verzorgingsstaat. De verzorgingsstaat als common-pool resources In 'The Tragedy of the Commons' geeft Hardin (1968) een ontkennend antwoord op deze vraag. Volgens Hardin kunnen we vier typen goederen of diensten onderscheiden. Om deze te classificeren moeten we een onderscheid maken tussen het vermogen om deze goederen of diensten te begrenzen en de rivaliteit van het gebruik ervan. Bij begrenzing gaat het om de vraag in hoeverre mensen kunnen * Prof. dr. H.J.M. Fenger is bijzonder hoogleraar 'Governance van moderne verzorgingsstaten' bij het departement Bestuurskunde en Sociologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
doi:10.5553/bk/092733872019029002006 fatcat:y6l2tbi55fctzlpoabd54ghmvu