OPENHEID IN DE VERSLAGGEVING

P. C. Louwers
1970 Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie  
Many annual reports are more like Bikini-suits than anything else, revealing much which is interesting, while concealing that which is significant". In steeds ruimere kringen is men doordrongen geraakt van de noodzaak van betere verslaggeving door ondernemingen. Oorzaak daarvan is niet alleen dat de onderneming meer afhankelijk is geworden van de kapitaalmarkt, maar vooral ook dat haar maatschappelijke betekenis meer op de voorgrond is komen te staan en in het algemeen de inzichten met
more » ... ichten met betrekking tot openheid zijn geëvolueerd. De particuliere onderneming, hoezeer dan ook formeel-economisch een afge rond geheel, is onderdeel van het totale economische leven. Zij is actief op diverse markten: de geld-en kapitaalmarkt, de arbeidsmarkt en de inkoopen verkoopmarkt. Haar gedragingen oefenen invloed uit op het beeld van de samenleving. Van de veranderingen daarin ondergaat zij omgekeerd zélf de invloed.1) Ten opzichte van elk van de categorieën waarmede zij in relatie staat, ontstaan voortdurend over en weer rechten en verplichtingen. Welvaart en welzijn van steeds grotere groepen van mensen worden in toenemende mate beïnvloed door het wel en wee van de onderneming. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat na de tweede wereldoorlog, die zoveel heeft opengebroken, ook de externe berichtgeving van de onderne ming onderwerp van discussie is geworden. Niet alleen voor wat betreft haar betekenis voor de kapitaalverschaffers, maar ook en vooral omdat zij tege moet komt aan de in sociaal-politieke kringen gevoelde behoefte aan publie ke verantwoording -zelfs van de besloten N.V. -ten opzichte van andere, evenzeer nauw bij de onderneming betrokken categorieën, en daarvan met name natuurlijk de werknemers. De noodzaak van berichtgeving die op de verschillende belanghebbende groeperingen is afgestemd, wordt geleidelijk aan dan ook steeds meet alge meen erkend. Gelukkig kan worden vastgesteld, dat het niveau van de be richtgeving van vele Nederlandse ondernemingen -en bepaald niet alleen de allergrootste -in de laatste decennia een spectaculaire ontwikkeling heeft te zien gegeven, hoewel wij er nog lang niet zijn. Van de leiding van de onderneming wordt door alle belanghebbenden terecht verwacht, dat zij een beleid voert, waarin zowel de problemen van 1) Les 200 families, lawaaibestrijding, lucht-en water-en bodemverontreiniging, buitenlandse arbeidskrachten, keuze tussen industrie en natuur, voor en tegen van de productiemaatschappij, maat schappelijke verschuivingen in meritocratische richting, aandeel in de ondernemingswinst van de sa menwerkende factoren kapitaal en arbeid, internationale vervlechtingen, concentratietendenzen, rela tief afnemende betekenis midden-en kleinbedrijf, verhouding industrie tot wetenschappelijk onder wijs, vestigingen in en leveranties aan landen met afwijkende politieke opvattingen, enz. m ab 406 m ab 407
doi:10.5117/mab.44.12917 fatcat:nmtql4yevngzpmcxxyxrs773r4