Tot nut van 't algemeen? Een historische blik op de Vlaamse provincies als intermediair bestuursnuveau

P. Heyrman
2008 BMGN: Low Countries Historical Review  
Tot nut van 't algemeen? Een historische blik op de Vlaamse provincies als intermediair bestuursniveau 1 PETER HEYRMAN De probleemstelling die we als deelnemer aan het Arena-debat mochten ontvangen, is op zijn minst controversieel te noemen. Ze ging uit van een evident functieverlies bij de provinciebesturen, stelde vervolgens hun 'onuitroeibaarheid' vast en koppelde die aan de veronderstelling dat 'provincies kennelijk het vermogen bezitten om macht te behouden of in elk geval minimaal
more » ... al minimaal zichzelf in stand te houden'. Dat het voortleven van het provinciale beleidsniveau in zulke mate historisch wordt geproblematiseerd, doet de meeste vakgenoten in Vlaanderen waarschijnlijk de wenkbrauwen fronsen. Buiten een periode van 25 jaar (circa 1970-1995) werd het bestaansrecht van de Belgische provinciebesturen immers nauwelijks gecontesteerd of in vraag gesteld. Natuurlijk werd er wel eens gesproken over hun taakinvulling en de afstemming op die van het nationale en gemeentelijke niveau. Dat lijkt me trouwens normaal voor een intermediair bestuur. Maar die debatten, bijvoorbeeld tijdens het interbellum, kunnen bezwaarlijk worden voorgesteld als de uitdrukking van een krachtige onderstroom die de fundamenten van het provinciaal bestuursniveau aanvrat. Dat neemt niet weg dat de Belgische provinciebesturen in 1970-1995 wel degelijk een levensbedreigende storm hebben moeten doorstaan. Die jaren zijn daarom best interessant om het vertoog te capteren waarmee ze hun voortbestaan legitimeerden, om inzicht te verwerven in de mechanismen die de duurzaamheid van intermediaire bestuursorganen bepalen. Die analyse is evenwel nog niet grondig uitgevoerd. 2 Ik zet de feiten even op een rijtje. De kritiek midden de jaren 1970 vond vanzelfsprekend haar oorsprong in de staatshervorming die aan het begin van het decennium op gang was gekomen. Naarmate de geplande gewestvorming een concretere vorm begon aan te nemen en een fusie van gemeenten (1976) op stapel werd gezet, zou de doodsklok alsmaar luider klinken. De provinciebesturen dreigden als het ware bekneld te raken tussen de groeiende lokale bestuursentiteiten en de Vlaamse overheid in wording. De herijking van het institutioneel landschap liet de provinciebesturen een waaier aan opties open: van een drastische inkrimping van hun bevoegdheden, over het behoud als louter administratieve gehelen tot het radicaal afschaffen. In het Egmont-Stuyvenberg-pact (mei 1977/januari 1978) werd gekozen om in de plaats van de provincies zogenaamde 'subge-PETER HEYRMAN 368 1 Graag wil ik Steve Heylen danken voor zijn waardevolle commentaren bij een ontwerpversie van deze tekst. 2 Daniel Coninckx, Herwig Reynaert en Tony Valcke (eds.), De provincieraden in Vlaanderen. Lokale en regionale politiek (Brugge 2000).
doi:10.18352/bmgn-lchr.6842 fatcat:bwuvwkbffnaxzgws44qllwp45e