Naar een nieuwe schoolstrijd?

T. Sunier
2004 BMGN: Low Countries Historical Review  
Inleiding De islam is een van de snelst groeiende godsdienstige stromingen in Nederland. Misschien niet zozeer in kwantitatief, maar dan toch zeker in institutioneel opzicht. De zichtbaarheid van de islam is de laatste jaren sterk toegenomen, niet alleen omdat uiterlijke kenmerken zoals moskeeën een onderdeel van het straatbeeld in grote steden zijn geworden, maar ook omdat moslims zich meer dan voorheen manifesteren. Zij zijn nu ook in toenemende mate te vinden in de hogere regionen van de
more » ... regionen van de arbeidsmarkt en het onderwijs en nemen actief deel aan debatten over hun positie. Natuurlijk heeft die zichtbaarheid er ook mee te maken dat er vrijwel dagelijks berichten over de islam in de pers verschijnen. Politici en journalisten lijken geobsedeerd door de islam. Wat we er ook van moge vinden, we hebben hier te maken met een proces van ingroeien van (religieuze) nieuwkomers, minderheden, zo men wil. Zo bekeken is dit geenszins een nieuw verschijnsel voor Nederland. De Nederlandse geschiedenis heeft eerder te maken gehad met de emancipatie en ingroei van religieuze nieuwkomers. Wellicht is het beter hier te spreken van 'buitenstaanders'. Het ging namelijk niet altijd om migranten zoals nu het geval is, maar om de emancipatiestrijd van bepaalde religieuze stromingen en groepen in de Nederlandse samenleving. Steeds vond die emancipatiestrijd plaats tegen de achtergrond van een discussie over de vraag wat het karakter was van de Nederlandse natiestaat. Nieuwkomers stellen eisen aan de gevestigde samenleving ten aanzien van de inrichting van die samenleving en ten aanzien van de positie van 'hun' religie. Een discussie over iets schijnbaar triviaals als de erkenning van feestdagen en op welke dagen vrij kan worden gegeven etc. heeft natuurlijk een symbolische lading. Als moslims vragen om een erkenning van hun feestdagen, stellen ze daarmee in feite ook de bestaande, op het christendom gebaseerde, situatie ter discussie. In Frankrijk, maar ook hier in Nederland, is het dragen van de hoofddoek aanleiding voor heftige discussie over de relatie tussen religie en staat. Maar ook heel wat fundamenteler zaken als de definitie van burgerschap worden actueel als religieuze nieuwkomers een plaats opeisen in de samenleving. Ondanks dat bestaat met betrekking tot de emancipatiestrijd van moslims nog steeds de neiging dit af te doen als een tijdelijk aanpassingsprobleem van een groep migranten en niet als een onderdeel van een emancipatiestrijd. Achterliggende gedachte is dat de Nederlandse natiestaat als het ware 'af' is. De jaren van opbouw liggen meer dan een eeuw achter ons en de natiestaat hoeft niet meer bevestigd te worden. 1 Het feit dat moslims een aantal kenmerken van die natiestaat ter discussie stellen past daar eigenlijk niet in, of wordt zelf als 'ongepast' beschouwd, getuige de vaak heftige reacties op 1 Billig heeft onder meer laten zien dat ook 'voldragen' natiestaten hun identiteit voortdurend moeten herbevestigen en reproduceren. Hegemoniale vertogen over heden en verleden moeten steeds opnieuw verteld worden. M. Billig, Banal nationalism (Londen, 1995). 4
doi:10.18352/bmgn-lchr.6139 fatcat:z465n2tntvgtrn5bijkg5rrnh4