Twee verzoekschriften aan den koning over de landbouwpolitiek van gouverneur van Raders in Curacao

B. de Gaay Fortman
1937 NWIG  
De geschiedenis van Curacao sedert 1828 tot de "histoire contemporaine" is nog maar fragmentarisch beschreven, en ook daarin heeft J. H. J. HAmelberg een aandeel genomen. In Kragen 1896 plaatste hij een opstel CMrapao. i/ci Faw i?arfers, t» rez-öand 6escAottz#rf «zei ie . Zooals deze titel doet vermoeden, bepleit de schrijver hierin een landbouwpolitiek voor Curacao, als door Van Raders zestig jaren tevoren nagestreefd. Onder de eerste gouverneurs van Curacao sedert 1816 komen er enkele voor,
more » ... n er enkele voor, die land en volk grondig kenden, toen zij tot de hoogste waardigheid geroepen werden. Ik denk aan Kikkert, vader en zoon Rammelman Elsevier, Esser en vooral aan Van Raders. Officier bij de jagers, kwam hij in 1816 als kapitein op Curacao. Hij werd adjudant van den gouverneur Cantz'laar. Eenigen tijd had hij de leiding bij de gouddelving op Aruba en in 1836 volgde zijn benoeming tot gezaghebber van Curacao, toen behoorende tot het gouverneur-generaalschap der Nederlandsche West-Indische bezittingen, tot 1838 onder het bestuur van Mr. E. L. baron van Heeckeren, daarna van den schout bij nacht J. C. Rijk en eindelijk, van 1842 af, van B. J. Elias, dien Van Raders zelf als gouverneur van Suriname, toen weer een afzonderlijk gouvernement, opvolgde. Men mag aannemen, dat Van Raders' plannen om door den landbouw Curacao op eigen bodem de middelen van zijn bestaan te geven, en tegelijkertijd geldelijk onafhankelijk van het moederland te maken, wel overwogen en oprecht gemeend waren. Hij heeft er trouwens de instemming van de regeering in het moederland voor weten te verwerven en is van daar op onbekrompen wijze gesteund. West-Indische Gids XVIII
doi:10.1163/22134360-90000850 fatcat:vvfqrc4mybfdrnyjzos5x2x63m