NIEUWS INZAKE WETGEVING, RESOLUTIES EN BESLISSINGEN OP HET GEBIED DER BELASTINGEN VERLENGING BEROEPSTERMIJN?

E. Tekenbroek
1953 Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie  
Hoge Raad sanctionneert hierin n.1. de methode van het indienen van een ongemotiveerd beroepschrift (uiteraard wel binnen de gestelde termijn), gevolgd door een later toezenden van de motivering. De R. v. B. had belanghebbende niet ontvankelijk verklaard op grond van de volgende overweging: Binnen een maand had een met redenen omkleed beroepschrift moeten worden ingediend. Volgens art. 11 van de W et op de Raden van Beroep dient de ambtenaar aan wie het beroepschrift is toegezonden, belang
more » ... zonden, belang hebbende in de gelegenheid te stellen een onvolledig beroepschrift aan te vullen; dit artikel is echter niet bedoeld om appellanten een middel aan de hand te doen tot het frustreren van het voorschrift, dat binnen één maand een met redenen omkleed beroepschrift had moeten worden ingediend. De Hoge Raad overwoog echter, dat de niet ontvankelijkheid slechts kan worden uitgesproken, indien belanghebbende geen gebruik gemaakt heeft van de gelegenheid, waarin hij gesteld is om een onvolledig beroep schrift aan te vullen. Gaat belanghebbende, voordat hem deze gelegenheid wordt gegeven, uit eigen beweging over tot aanvulling, dan heeft deze aanvulling dezelfde betekenis als een aanvulling op verzoek van de Inspecteur. In feite betekent dit arrest dus een verlenging van de beroepstermijn; vóór het verstrijken van de wettelijke termijn dient slechts een kort formeel beroepschrift te worden ingediend, terwijl de motivering van het beroep, welke doorgaans tijdrovend is, bij latere aanvulling kan geschieden. De aandacht moet erop gevestigd worden, dat deze mogelijkheid slechts geopend wordt voor beroepschriften, ingediend bij de Raden van Beroep, aangezien slechts dan bovengenoemd art. 11 W et Raden van Beroep toe passelijk is. Bij het instellen van beroep in cassatie geldt art. 11 niet; een beroep schrift in cassatie behoeft echter niet gemotiveerd te zijn, zodat men bij het in cassatie gaan minder gevaar loopt in tijdnood te geraken. W il men echter zelf cassatiemiddelen voorbrengen en deze zelf schriftelijk toe lichten, dan is men aan de termijn van één maand, die zeer krap is toege meten, gebonden. In dit verband moge erop gewezen worden, dat de H. R. blijkens zijn arrest d.d. 4 Februari 1953 geen acht slaat op nadere motivering, vervat in stukken, ingediend nadat de termijn voor het in cassatie gaan is verstreken. Dient men dus in tijdnood een beroepschrift in cassatie in, waarbij het aangevoerde cassatiemiddel niet nader is gemotiveerd en wil men na afloop van de beroepstermijn toch zijn beroepschrift in cassatie nader toelichten, dan bestaat nog slechts de mogelijkheid om binnen veertien dagen na ontvangst van het vertoogschrift in cassatie pleidooi aan te vragen. Men zal zich dan tot een advocaat moeten wenden, want slechts advocaten mogen voor de H. R. pleiten en deze advocaat zal zich alsdan echter moeten beperken tot een nadere toelichting van het aangevoerde cassatiem a b blz. 327
doi:10.5117/mab.27.20095 fatcat:ujaoet5wtvgkzmzsw2dqzep7z4