Getuigen van het onmenselijke

Frans Van Peperstraeten
2017 De Uil van Minerva  
Inleiding In de gewone omgangstaal doet het woord 'getuigen' allereerst denken aan de rechtspraak of aan een daaraan voorafgaand politieonderzoek. Deze context volstaat om ons alvast te realiseren dat het afleggen van een getuigenis een waaier van vragen oproept. Allereerst is er de kwestie van de autoriteit. Een getuige wordt binnengeleid. Dat 'binnen' verwijst naar een voorgegeven setting. Wordt de getuige daar niet door beïnvloed? Wat is de autoriteit van deze setting? En omgekeerd: wat is
more » ... omgekeerd: wat is de autoriteit van de getuige? Waarom deze en niet een andere? Omdat hij of zij iets heeft waargenomen? Maar is de waarneming niet een zaak van de wetenschap, die daar professionele methoden voor heeft? Of zijn er zaken waarvoor de wetenschap de bevoegdheid mist om getuigenis af te leggen, bijvoorbeeld als het gaat om kunstzinnige of religieuze overtuigingen? Vervolgens is er de kwestie van de verstaanbaarheid. De getuige spreekt. Maar zijn uitingen zijn onbegrijpelijk doordat hij aan de woorden zeer ongewone betekenissen lijkt toe te kennen. Het gesprek met de getuige wordt een 'gesprek tussen doven'. De getuige besluit er het zwijgen toe te doen. De welwillende toehoorder voelt zich nu genoodzaakt ook het zwijgen als een getuigenis te erkennen die 'iets zegt'. Deze toehoorder zou zelfs kunnen overgaan tot een getuigenis op meta-niveau: hij zou kunnen getuigen voor het recht om door andere dan de gebruikelijke uitingsvormen te getuigen. Ook stelt zich de vraag of een getuigenis wel correct kan zijn. Is de getuige niet altijd een verrader? Nu kan verraden allereerst 'blijk geven van' of 'bekend maken' betekenen, en dat is nu eenmaal de taak van de getuige. Maar stel dat hij geen uitspraken van anderen herhaalt, maar gebeurtenissen rapporteert. Dan heeft hij een niet-talige zaak in taal overgeheveld en daarmee de zaak hoe dan ook vervormd. Daarmee belanden we eventueel bij de tweede betekenis van verraden: aan de tegenstander uitleveren.
doi:10.21825/uvm.v29i3.4796 fatcat:mnhxnrf5fzbfvmbzfkhia5uroy