Media en Oorlog

Bernadette Kester, Huub Wijfjes
1999 Tijdschrift voor Mediageschiedenis  
Bij alle internationale conflicten van de moderne tijd waren de media prominent aanwezig. De Golfoorlog, Rwanda, Bosnië, Kosovo en Oost-Timor zijn onverbrekelijk verbonden met de beelden en verhalen die de media construeerden. Zij brachten nieuws, gaven daar kleuring en interpretatie aan en hielden de politiek en de militairen binnen de hun toegestane bewegingsvrijheid nauwlettend in de gaten. Al doende vormden ze een factor van betekenis in de politieke, soms ook militaire besluitvorming. Over
more » ... esluitvorming. Over de waarde daarvan zijn de meningen verdeeld. 'We worden soms wat al te gemakkelijk op sleeptouw genomen door de berichtgeving van de media', schreef de Nederlandse minister van buitenlandse zaken Jozias van Aartsen in september 1999 op de opiniepagina van NRC Handelsblad. 'De kwaliteit van de berichtgeving laat steeds meer te wensen over. (...) De druk van de hoofdredacteur om een scoop te maken wordt steeds groter. Dat betekent dat de traditionele hoor-en wederhoor steeds minder wordt toegepast. Het nieuws krijgt zo steeds meer soapgehalte. (...) Effectief buitenlands beleid kan niet gebaseerd zijn op primaire emoties." Het is een oude klacht van politici, diplomaten en militairen. Zolang er oorlogen zijn, bestaat er angst, wantrouwen en verontwaardiging over de zelfstandige rol die boodschappers of media in een cruciale tijd op hun terrein kunnen spelen. Journalisten zouden door hun werkzaamheden niet alleen militairen en politici soms letterlijk voor de voeten lopen, maar het publiek ook een eenzijdig, vertekend of zelfs verkeerd beeld geven van wat er werkelijk gebeurt. Daardoor zouden ze de bevolking kunnen demoraliseren, ophitsen of in verwarring brengen. Ook zouden ze de oorlogsinspanning ondermijnen, tegenwerken of belachelijk maken. Maar ook bij de media zelf leiden oorlogen tot klaagzangen. Vooral de mediamanipulatie door autoriteiten wordt als vernederend en schadelijk ervaren door journalisten die zichzelf zien als de waakhond van de democratie en/of de vertolkers van de publieke opinie. Zo interpreteerde TIJDSCHRIFT VOOR MEDIACESCHIEDENIS -1999 [2] 2
doi:10.18146/tmg.444 fatcat:r72i2pdhtbeifgtb7ui5xhl744