Economische argumenten tegen handel met voorwetenschap

E. H. Rehers
1997 Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie  
In Nederland is handel met voorwetenschap officieel strafbaar geworden in 1989. Bij juristen bestonden echter vele twijfels over de uitvoerbaar heid van de wet. Deze twijfels namen zeker niet af na de HCS-affaire. Integendeel, er was alom kritiek op het OM, die een zo a-typische zaak had uitgekozen om als eerste voor te leggen aan de rechter. Onlangs heeft in Nederland echter voor het eerst met succes een veroordeling plaatsgevon den wegens handel met voorwetenschap (de Weweler-zaak). Bovendien
more » ... er-zaak). Bovendien ligt er een nieuw wetsvoorstel van Minister Zalm bij de Tweede Kamer. Ook op dit nieuwe wetsvoorstel is door juristen weer veel kritiek uitgeoefend.1 De recente ervaringen met mislukte processen maken duide lijk dat over de juridische aspecten van de wet inderdaad goed nagedacht dient te worden. Ook onder economen bestaat er een aanhou dende discussie over de vraag of handel met voorwetenschap verboden dient te worden of niet. Het belangrijkste argument voor het toestaan van handel met voorwetenschap is dat het de marktefficiëntie zou bevorderen. In deze bijdrage betoog ik dat dit laatste niet het geval is, hetgeen impli ceert dat de economische argumenten dan ook duidelijk in de richting van strafbaarstelling gaan. Juristen hoeven zich mijns inziens dan ook niet meer de vraag te stellen of strafbaarstelling wenselijk is of niet, maar alleen hoe de strafbaar stelling het beste geëffectueerd kan worden. Drs. E.H. Rebers is verbonden aan het Limburg Institute of Financial Economics (LIFE) en de sectie financiering aan de Universiteit Maastricht. Handel met voorwetenschap: verwerpelijk of niet? Economen zijn het nog steeds niet eens over de vraag of handel met voorwetenschap nou wel of niet strafbaar dient te zijn. Voorstanders van strafbaar stelling beweren dat handel met voorwetenschap schadelijk is voor het vertrouwen in de kapitaalmark ten. Beleggers zouden een gevoel van oneerlijkheid ervaren en daardoor de markt verlaten, hetgeen ten koste gaat van de liquiditeit van die markt. Boven dien kan het toestaan van handel met voorweten schap leiden tot perverse incentives voor managers van beursgenoteerde ondernemingen.2 Er zijn echter ook auteurs die tegen strafbaarstelling zijn. Zo geeft Rietkerk (1984) twee belangrijke argumenten om handel met voorwetenschap niet strafbaar te stellen. Allereerst betoogt deze auteur dat het de onderne ming is die verantwoordelijk moet worden gesteld voor het ontstaan van de informatieasymmetrie. Bovendien, zo vervolgt Rietkerk, bevordert handel met voorwetenschap, gegeven de asymmetrische informatie, juist de marktefficiëntie. Op beide argumenten zal ik nu nader ingaan. De onderneming is verantwoordelijk De redenatie van Rietkerk gaat als volgt. Indien handel met voorwetenschap plaatsvindt, is er blijkbaar op enigerlei moment een situatie ontstaan waarin niet de gehele markt gelijkelijk is geïnformeerd. Aangezien de onderneming geacht mag worden wel over alle informatie te beschik ken, is het haar verantwoordelijkheid om de informatieasymmetrie op de markt zo snel moge lijk weg te werken door de informatie aan de gehele markt kenbaar te maken. Hier past echter een drietal nuanceringen. eee DECEMBER 1997 E lA B
doi:10.5117/mab.71.13736 fatcat:ktcftzc65zas7lyvbr6tgeeofe