Paul Moyaert, Opboksen tegen het inerte. De doodsdrift bij Freud

Evelien Vanbeeck
2017 De Uil van Minerva  
Moyaert, Opboksen tegen het inerte. De doodsdrift bij Freud, Nijmegen, Vantilt, 2014, 207 p., ISBN 9789460041884, 19.95€ Opboksen tegen het inerte is Paul Moyaerts meest recente boek over Freud en diens omstreden concept van de doodsdrift. Moyaert is verbonden als hoogleraar wijsgerige antropologie aan het Centrum voor Fenomenologie en Continentale Filosofie (Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, KU Leuven) en is lid van de Belgische School voor Psychoanalyse. Hij is naast geliefd professor ook
more » ... fd professor ook een ijverig academicus. Zo is hij bekend van boeken zoals Begeren en vereren: sublimering en idealisering (2002) en Iconen en beeldverering. Godsdienst als symbolische praktijk. Filosofische diagnosen (2007). Ook schreef hij tientallen artikels voor zowel nationale als internationale tijdschriften voor filosofie en psychiatrie. Opboksen tegen het inerte is opgenomen in de reeks Kristalpaleis waarbinnen ook reeds eerder werk van onder andere Rudi Visker, Gerard Visser, Paul van Tongeren en Roland Breeur verschenen. Het boek is opgebouwd uit drie grote delen. Het eerste deel richt zich op herhaling, drift en weerstand, het tweede op doodsdrift en agressie en het derde op Moyaerts begrip van een psychoanalytische behandeling. In deze intensieve studie is het Moyaerts grootste bekommernis om voor eens en voor altijd komaf te maken met de gangbare, maar verkeerde interpretatie van de doodsdrift. Dit laatste wordt vaak foutief geïnterpreteerd als een verlangen naar de dood, maar niets is minder waar. Moyaert vertrekt van Freuds teksten zelf en gaat onder andere dieper in op Aan gene zijde van het lustprincipe (1920). Zeer nauwkeurig analyseert en systematiseert hij Freuds bevindingen. De doodsdrift, zo concludeert hij, is het amalgaam van weerbarstige krachten in het leven. Wat dit precies betekent, legt hij in dit boek uitvoerig uit in klare en begrijpelijke taal. Bovendien aarzelt hij niet om verder te denken daar waar Freud afhaakt. Het is zijn betrachting om voor eens en voor altijd een duidelijk maar vooral juist begrip van de doodsdrift te bekomen. Zonder de psychoanalytische traditie te verlaten, legt hij toch verbanden waaraan voorgangers voorbij gingen. Moyaert voelt zich dan ook als een vis in het water wat betreft deze thematiek. Centraal in het eerste deel staat de kleverigheid of viscositeit van de drift: het libido heeft de neiging om op machinale wijze 'te blijven hangen'. We zien dit niet enkel bij lustgevende activiteiten, maar ook bij onaangename traumatische herhalingen. Men zou kunnen zeggen dat de drift in de herhaling aan beweeglijkheid verliest. In Aan gene zijde van het lustprincipe laat Freud zien dat dit daarom niet meteen schadelijk is voor de mentale gezondheid. Wel integendeel, men herhaalt om afstand te kunnen nemen. "Voor Freud gaat herhaling uit van wat
doi:10.21825/uvm.v29i2.4793 fatcat:377zdacgtvccxdzzwi5eqzne2e