De lerende organisatie

J. M. Pennings
1995 Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie  
In dit artikel willen we stilstaan bij de lerende < organisatie. We beginnen met een kunstwerk als ? metafoor voor de beschrijving van de lerende £ organisatie, en om een extra impuls te geven aan z longitudinaal-vergelijkend onderzoek om inzichten over de lerende organisatie op een hoger plan te h brengen. Wellicht zal een introductie over een kunstwerk wat fronsende wenkbrauwen geven, en z lijkt het beter om meteen tot de orde van de daĝ over te gaan. Toch kan kunst inspirerend zijn, "
more » ... rend zijn, " aanleiding geven tot vernuftig graafwerk en creatieve inzichten die de boodschap van het kunstwerk ver overschrijden. Er zijn wetenschap pers geweest die bij kunstenaars te rade zijn gegaan om uit een impasse te komen. Zelfs de meest verknochte deductionist (en hiertoe behoren uiteraard wiskundigen) verlaten zich op observatie en intuïtie. Zo heeft M.C. Escher wiskundigen in staat gesteld bepaalde aspecten van het oneindigheidprobleem op te lossen. Als illustratie van organisatieprocessen is het evenzeer nuttig zijn werk te hanteren als metafoor om evoluties van organisaties aanschouwelijk te maken. M.C. Eschers Metamorphose is een prent waarmee ik het thema van dit artikel wil openen Prof. J.M . Pennings studeerde sociologie en psychologie aan de universiteiten van Utrecht en Michigan, waar hij in 1973 zijn doctoraat verwierf. Sindsdien ontwikkelde hij zich meer als bedrijfseconoom. Vanaf 1983 was hij hoogleraar aan de Wharton School van de Universiteit van Pennsylvania en vanaf 1994, deeltijd hoogleraar aan de Erasmus Universiteit. Zijn onderzoek richt zich op directiebeloningssystemen, innovatie en herstructurering. (helaas is de prent te langwerpig van vorm om hier te reproduceren). In de prent valt een proces te ontwaren, beginnend bij het woord 'metamorp hose' en eindigend met een soortgelijke term. Eschers bekende litho vertoont de collectieve overgang van vissen naar vogels, via schaakstuk ken en middeleeuwse stad, met een toren die op een schaakbord niet misstaat, tot de her-verschijning van het woord 'metamorphose.' We zien verschillen over de tijd, want binnen een zwerm vogels of een school vissen onderkennen we transformaties in structuur, grootte en contouren. Immers, Escher toont ons niet alleen vissen die tot vogels verworden, maar om de geleidelijkheid te accentueren zien we ook transformaties onder de vissen en vogels om de overgang van de ene naar de andere soort bijna ongemerkt te laten verlopen. Hoewel genetische informatie niet overdraagbaar is tussen diverse soorten dieren, laat staan tussen vogels en vissen, schijnt deze litho Mendeliaanse en Darwinistische evolutie te impliceren. Het is echter jammer dat Eschers prent een tamelijk rigide inslag heeft, want hij laat geen variatie toe onder een generatie van vissen of vogels. Per slot van rekening weten we sinds Darwin dat variatie binnen de soort essentieel is voor haar overle vingskansen. Theorieën en onderzoeksmethoden voor strategische aanpassing Men kan zich nu afvragen wat deze korte uitwijding te maken heeft met de implementatie van organisatiestrategieën. Deze vraag kan op diverse manieren beantwoord worden. Organisa ties hebben een zeker vermogen tot aanpassen; ze kunnen een nieuwe strategie formuleren en, daarmee samenhangend, een aantal interventies 6 7 8 NOVEMBER 1995 [fflAB
doi:10.5117/mab.69.12635 fatcat:4pitg4rt5vaplenmcxwrduh32q