Column Naar een Europese vennootschapsbelasting?

Leo Stevens
1992 Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie  
Het Ruding-rapport drukt Nederland met de neus op een actuele beleidsvraag. In hoeverre willen we als ' holdingland' meegaan met een op Europees ni veau geharmoniseerde belastingheffing naar de winst? Of wel: hoe Europees wil Nederland zijn? Voor de Euro-euforist is de wenselijkheid van de tot standkoming van een Europese vennootschaps belasting een vanzelfsprekendheid. Evenals wij in Nederland een provinciale of gemeentelijke ven nootschapsbelasting volslagen belachelijk zouden vinden, is in
more » ... den vinden, is in zijn ogen een samenraapsel van na tionale vennootschapsbelastingen binnen een Ver enigd Europa slechts als overgangsverschijnsel aanvaardbaar. Een Europese vennootschapsbe lasting sluit aan op het ideaalbeeld van een Euro pees belastingstelsel. En idealen zijn er om nage streefd te worden! De Euro-realist kijkt echter iets anders tegen een dergelijk Verenigd Europa aan. Europa is voor hem een verlies-en winstrekening. De voordelen van de interne markt worden afgewogen tegen de nadelen. Het 'ideaal' wordt getemperd door het '(eigen)betang' , hetzij in economisch, hetzij in maatschappelijk, hetzij in cultureel opzicht. Het is het voorrecht van de wetenschappers zich wat gemakkelijker los te kunnen maken van het ' belang' en te denken in termen van 'idealen'. Ter wille van de werkelijkheidszin is het echter ook voor hem raadzaam rekening te houden met maatschappelij ke omstandigheden die de verwerkelijking van die idealen in de weg staan. Dat geldt ook voor fisca listen. Belastingstelsels en belastingverdragen zijn immers mede uitdrukking van bestaande machts verhoudingen. Die laten zich niet simpelweg nege ren. Het Ruding-comité was zich hiervan terdege be wust; het heeft de wens van de nationale overheden op het terrein van de directe belastingen hun eigen heffingssouvereiniteit te behouden gerespecteerd. Wel wordt de Lid-Staten voorgehouden dat een verdergaande harmonisatie in hun eigen belang is. Een niet-geharmoniseerd stelsel van vennoot schapsbelasting verstoort immers de internationale concurrentieverhoudingen en leidt tot efficiencyverliezen en daardoor tot een sub-optimaai econo misch resultaat. Daarnaast leidt de complexiteit van verschillende op elkaar inwerkende nationale wetgevingen tot overbodige uitvoeringskosten. De Lid-Staat die om redenen van het eigenbelang te rughoudend zou willen zijn in het harmonisatieproces wordt te kennen gegeven dat belastingcompetitie een collectief nadeel is dat op termijn door ge dragsaanpassingen van anderen ook de individuele belangen van de profijthebbende nationale staat kan schaden. Maar hoe moet een geharmoniseerde vennoot schapsbelasting eruit zien? Ook bij de Europese vormgeving is de rechtsgrond van de vennoot schapsbelasting een bepalende factor. Vrij alge meen wordt aanvaard dat de vennootschapsbe lasting haar bestaansreden ontleent aan het neutraliteitsprincipe. De vennootschapsbelasting voor komt, dat natuurlijke personen door de bedrijfs voering onder te brengen bij rechtspersonen een belastingvrij veld zouden kunnen creëren. De rechts persoon wordt in feite als verlengstuk van de aan deelhouders beschouwd. Deze verlengstukgedachte Prof. Dr. L.G.M. Stevens is hoogleraar aan de Erasmus Uni versiteit Rotterdam. 380 septem ber 1992
doi:10.5117/mab.66.21622 fatcat:hjs3jusuyfewjjtmvr7o35iwle