Herman Paul, Het moeras van de geschiedenis. Nederlandse debatten over historisme

Berber Bevernage
2013 BMGN: Low Countries Historical Review  
beoogt met zijn 'intellectueel-historische monografie', naar eigen zeggen 'niet meer en niet minder [...] dan een representatief overzicht te bieden van wat "historisme" in Nederland tussen circa 1900 en 1970 losmaakte' (9). Deze bewering is gelukkig niet helemaal correct. Hoewel het boek vaak erg beschrijvend is en sterk op een Nederlands (academisch) publiek is gericht, wil Paul bijdragen aan het bredere historismeonderzoek en stelt hij ook een methodologische revisie voor. De mijns inziens
more » ... De mijns inziens interessantste vragen in het boek zijn deze over de actualiteitswaarde van twintigsteeeuwse kritieken op historisme en over de (on)mogelijkheid van een posthistoristische geschiedschrijving. Als niet meteen duidelijk wordt waarop deze vragen slaan, dan mag dat niet verwonderen want als dit boek één ding duidelijk maakt, dan is het dat het woord 'historisme' allesbehalve eenduidig is en dat het vele verschillende en soms contradictoire betekenissen kan dragen. Zoals Paul stelt: 'Historisme kon slaan op overmatige liefde voor het verleden, op traditionalisme of conservatisme, maar evengoed op relativering van wat historisch gegroeid is, op vernieuwingsdrang of op een sterk ontwikkelde gevoeligheid voor verschillen tussen heden en verleden' (14-15). Het gaat om een zeer elastisch begrip met een voornamelijk diagnostisch (gebruikt om de tijdsgeest te diagnosticeren) en dialectisch (drukt de verhouding tot iets anders uit) karakter. Bovendien wordt het vaak pejoratief gebruikt. Deze eigenschappen zorgen ervoor dat historisme een goed inzicht kan bieden in de angsten of het zelfbeeld van een samenleving. Paul stelt op methodologisch vlak voor om historisme niet als idee of verzameling ideeën te benaderen, maar als een woord waaraan 'individuele taalgebruikers' allerlei betekenissen hechtten. Deze benadering heeft het voordeel dat ze niet dwingt om historisme eerst zelf te definiëren en dan volgens die, noodzakelijk gelimiteerde, definitie te onderzoeken, maar toelaat om na te gaan welke verschillende betekenissen twintigsteeeuwse Nederlanders aan dit woord toekenden. Historisme blijkt een zeer breed palet aan betekenissen gedragen te hebben, maar slechts in de 'intellectuele taal' van een relatief kleine kring van wetenschappers, kunstenaars en politici ingang gevonden te hebben. Paul besteedt ruime aandacht aan de manier waarop historisme als Duits leenwoord het vroegst (vanaf circa 1905) door protestantse theologen werd toegeëigend
doi:10.18352/bmgn-lchr.8461 fatcat:qcgcilyr2ng6xhxcmdzcxuzwqe