Van trekvaarttechnologie naar spoorwegtechnologie

W. Fritschy
1980 BMGN: Low Countries Historical Review  
Enkele kanttekeningen bij hoofdstuk VIII van J. de Vries, 'Barges and Capitalism. Passenger Transportation in the Dutch Economy, 1632-1839', AAG-Bijdragen, XXI (1978 1 . In AAG-Bijdragen, XXI (1978) publiceerde de Amerikaanse economisch-historicus Jan de Vries een fascinerende studie over de (sociaal-) economische betekenis van de opkomst, bloei en verval van het Nederlandse trekvaartennetwerk. In deel I ervan biedt hij een helder inzicht in het nieuwe en unieke van dit vervoersysteem en stelt
more » ... ersysteem en stelt hij de vraag aan de orde vanuit welke mentaliteit het totstandkomen van een dergelijk vervoersysteem, waarmee voor het eerst een regelmatig vervoer gegarandeerd werd, te verklaren valt. Voorts gaat hij in op de economische en sociale kenmerken van het trekvaartvervoer. In deel II komt de, uit economisch oogpunt voor de hand liggende vraag aan de orde in hoeverre er hier al sprake was van een rationeel georganiseerd kapitalistisch bedrijf, ofwel een rationeel georganiseerd openbaar nutsbedrijf. Op ingenieuze wijze past hij de theorie van het ondernemersgedrag toe om deze veronderstelling te toetsen en aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek kan hij tegelijk ook het verval van het trekvaartbedrijf verklaren. Voorts gaat hij in dit deel in op de gevolgen van de aanwezigheid van deze verouderde trekvaarttechnologie voor de overgang naar een nieuwe vervoerstechnologie, een spoorwegnet. In deel III tenslotte gaat hij de mogelijkheid na om schommelingen in de trek vaarteconomie te beschouwen als een aanwijzing voor trends in de totale economie. Zowel de 'secular trend', cyclische schommelingen, als seizoenschommelingen passeren de revue. De bloei en het verval van het trekvaartbedrijf brengt hij tot slot nog in verband met het bestaan van een geïntegreerd stedelijk systeem in de zeventiende eeuw en het verval en de desintegratie daarvan in de achttiende eeuw. Al met al kan De Vries' studie een schoolvoorbeeld genoemd worden van het vruchtbaar gebruik van economische theorie, naast historisch bronnenmateriaal van vaak kwantitatieve aard, met als resultaat nieuwe en belangwekkende inzichten in de geschiedenis 2 . Bekendheid met literatuur en bronnen betreffende de vroegste spoorwegaanleg in Nederland, een bekendheid die van De Vries, gezien het onderwerp van zijn artikel, geenszins vereist kon worden, geeft mij niettemin aanleiding tot het plaatsen van enige kanttekeningen bij dat gedeelte van zijn artikel, waarin hij in het bestaan van dit unieke, goed ontwikkelde trekvaartennetwerk een verklaring ziet voor het trage op gang komen van de spoorwegaanleg in Nederland. Aan het slot van zijn Summary vraagt hij zelfs nog eens speciale aandacht voor dit gedeelte en hij vat het belang ervan als volgt samen: 'We have here a 1. Met dank aan Peter Boomgaard, Paul Rusman en Jan de Vries zelf voor hun opmerkingen. 2. In het tweedejaarsonderwijs sociaal-economische geschiedenis aan de VU te Amsterdam heb ik het met veel plezier als zodanig gebruikt. 516 BMGN 95, afl. 3
doi:10.18352/bmgn-lchr.2179 fatcat:22sohzsvs5acrlqavkvykjr3ia