HET BEOORDELEN VAN KREDIETWAARDIGHEID

R. A. I. Van Frederikslust
1975 Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie  
Het aandeel van het vreemd vermogen in de totale financiering van het bedrijfsleven is de laatste jaren aanm erkelijk gestegen. Het vreemd vermogen in procenten van het totaal geïnvesteerd vermogen van de ter beurze geno teerde Nederlandse ondernem ingen1) was in 1965 57 en in 1971 71 procent. Een stijging dus van 25% ten opzichte van 1965. Met name Van den Bosch [2], B othof [4] en De Ridder [9] hebben op dit verschijnsel de aandacht gevestigd. Een aantal structurele factoren is daarvoor
more » ... n is daarvoor verantw oordelijk. Al enige jaren is er sprake van een dalende rentabiliteit. D it heeft to t gevolg dat bedrijven relatief m inder m ogelijkheden hebben to t interne financiering. De externe financiering neem t dan veelal de vorm aan van financiering m et schulden om dat de fiscus om en nabij de helft van de interestlast overneem t. Schulden vorm en voorts een "hedge" tegen inflatie. Door daling van de koopkracht van het geld worden ze afgelost m et goedkopere guldens dan die oorspronkelijk geleend zijn. Een andere factor is dat de winsten kunnen w orden vergroot indien de rentabiliteit van het totale verm ogen groter is dan de rentekosten (hefboomfactor). Deze hefboom factor kan evenwel ook de andere richting uit werken. In slechte tijden zijn de verliezen relatief groter. H et is niet bij voorbaat te zeggen o f de m arktw aarde van de ondernem ing hierm ee gediend is. Nog belangrijker is dat de vaste schuldenlast het weerstandsverm ogen van een bedrijf aantast. De kans op faillissement w ordt groter bij toenem ende schul denlast. In zulke situaties is het voor een bedrijf van belang te vermijden dat het stoot tegen de rand van de leencapaciteit om dat nog w at speling m oet w or den gehouden voor onverwachte tegenvallers. V erder w orden externe kredietm aatstaven belangrijkere factoren voor de effectieve leencapaciteit1 2 ). Probleemstelling Donaldson [6] heeft een benadering ontw ikkeld om de leencapaciteit van een ondernem ing te evalueren3 ). In essentie kom t deze erop neer dat schattingen m oeten worden gemaakt van de om zet van een ondernem ing en de kredietterm ijn van afnem ers. Deze vorm en de basis voor het afleiden van het waar schijnlijk gedrag van de kasstroom in een crisis. Hiermee kan de leenruim te van een bedrijf geëvalueerd worden. Bij het m aken van schattingen en bij de evaluatie van de leenruim te gaat 1) De beleggingsmaatschappijen zijn hier buiten beschouwing gelaten. De beurs-NV's vertegenw oor digen ruim 40 procent van het geplaatste aandelenkapitaal van alle in Nederland bestaande N V 's. Zie ook B o th o f [ 4]. 2 ) Vergelijk m et F. W. C. Blom [9] op. cit. p, 19. 3) Deze m ethode is in de Nederlandse literatuur besproken door A. I. D iepenhorst en H. Willems [5]. m ab blz. 54
doi:10.5117/mab.49.14967 fatcat:vkmxgihxsvhxhapiasafvkqmp4