HET OPTIE-BEWIJS ALS FINANCIERINGSINSTRUMENT1 )

M. P. Gans
1969 Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie  
De warrant -het optie-bewijs -geniet vooral vermaardheid als een uit specu latief oogpunt merkwaardig beleggingsobject. In dit artikel wil ik echter voornamelijk ingaan op de mérites van de warrant als financieringsinstrument. In Amerika wordt het als zodanig regelmatig toegepast, en ook in ons land kunnen zich bij een onderneming situaties voordoen waarbij het gebruik van warrants op zijn minst overweging verdient. Ter beurze van Amsterdam zijn twee optie-bewijzen genoteerd, te weten de
more » ... te weten de warrants Rolinco, die sinds hun ontstaan een spectaculaire koersontwikkeling te zien hebben gegeven (de eerste officieuze notering in juni 1967 was ƒ 2,-medio november 1969 noteerden zij ca. ƒ 17,-) en de optie-bewijzen van Pye Holdings Limited, die sinds hun introductie op 15 januari 1968 tegen ca. ƒ 220,-zijn opgelopen tot ca. ƒ 320,-op genoemde datum. Een warrant is een door een N.V. toegekend recht -meestal belichaamd in een waarde-papier -om aandelen van de N.V. te kopen tegen een tevoren vastgestelde prijs (de optie-prijs). Dit recht kan gebonden zijn aan een be paalde tijdslimiet, maar dat is niet altijd het geval. De optie-prijs wordt gecorrigeerd voor uitkeringen in aandelen die na de uitgifte van de warrants plaats vinden, en kan overigens in de loop van de tijd een tevoren vastge stelde verhoging ondergaan. Van belang is voorts, dat de optie-prijs op het ogenblik van het creëren der warrants boven de beurskoers van de aandelen ligt. Bij Rolinco b.v. gaven 5 warrants bij de afgifte het recht om 1 aandeel van ƒ 50,-nominaal Rolinco te kopen a ƒ 220,-, terwijl de beurskoers toen ca. ƒ 189,-was. Theoretisch heeft een optie-bewijs alleen waarde als de optieprijs lager is dan de beurskoers. De theoretische waarde is dan als volgt in een formule uit te drukken: W = (P-O)a, waarin W = theoretische waarde warrant P = beurskoers van het aandeel O = optie-prijs a = aantal aandelen waarop een warrant recht geeft. De beurswaarde van een warrant kan, afgezien van beurskosten, nooit lager zijn dan de theoretisch waarde -arbitrageanten zouden dan de warrants opkopen en van hun optie-recht gebruik maken -maar wel hoger. De beurs waarde bevat dan een premie. Bij het uitgeven van warrants, als P altijd lager dan O is, is altijd van een premie sprake. De premie vindt zijn verklaring in twee factoren. In de eerste plaats kan men, als men een belang wil nemen bij een gegeven aantal aandelen van een onderneming, volstaan met een kleiner 1) Het in de bijlage besproken model is op de Stichting Bedrijfskunde vervaardigd door Drs. G. Poeth. m ab blz. 532
doi:10.5117/mab.43.13427 fatcat:jew2ucx7bngybkw5olnftyfa6q