Van een klassieke naar een revisionistische blik. Het belang van de conversieperiode van de stille film naar de geluidsfilm in de filmgeschiedschrijving

Kurt Van den Vonder
2006 Tijdschrift voor Mediageschiedenis  
Kurt Van den Vonder VAN EEN KLASSIEKE NAAR EEN REVISIONISTISCHE BLIK het belang van de conversieperiode van de stille film naar de geluidsfilm in de filmgeschiedschrijving 'Wait a minute, wait a minute, you ain't heard nothin' yet!' Deze door Al Jolson geïmproviseerde dialooglijn uit the jazz singer zal de meeste filmhistorici vertrouwd in de oren klinken. Ze wordt in menig filmhistorische uiteenzetting over de conversieperiode van de stille film naar de geluidsfilm aangehaald, doorgaans om het
more » ... d, doorgaans om het grote succes van de vroege talkies te illustreren en zo duidelijk te maken waarom de conversie door de Hollywoodstudio's op een zeer snelle wijze werd doorgevoerd. De manier waarop Cook deze snelle conversie heeft beschreven, is exemplarisch: 'By 1928, the American public had clearly chosen sound, and the studios could only acquiesce or be damned. (...) In fact, the talkies were drawing so well by the end of 1928 that it was clear to all that the silent cinema was dead. This was an unexpected blow to the film industry, since it had been assumed by nearly everyone in Hollywood that sound and silent pictures would be able to coexist, for a while at least. Now, suddenly, Hollywood became aware that the public would no longer pay to see silent films. The upshot was a nearly total conversion to sound by the end of 1929 which radically changed the structure of the film industry and revolutionized the practice of cinema all over the world.' 1 Er kunnen echter twee belangrijke opmerkingen worden geplaatst bij de manier waarop Cook de conversie heeft beschreven, een filmhistorische en een filmhistoriografische. Vanuit filmhistorisch oogpunt zullen we ten eerste in de loop van dit artikel enkele klassieke filmhistorische stellingen waarvan Cook gebruik maakt, ter discussie stellen. Met name de stellingen dat de geluidsfilm meteen een algemeen succes was en dat er vanaf 1928 geen publiek voor de stille film meer zou bestaan, zullen aan de hand van revisionistisch filmhistorisch onderzoek van Jenkins en Crafton op zijn minst worden genuanceerd. 2 | 3 Vanuit filmhistoriografisch oogpunt kunnen we ten tweede ons afvragen hoe het überhaupt mogelijk is dat we deze vrij algemeen aanvaarde stellingen op een relatief eenvoudige manier ter discussie kunnen stellen. Het antwoord op deze vraag is enigszins verrassend. Ondanks Cooks (terechte) bewering dat de conversie de film radicaal heeft veranderd, is het opvallend dat de conversieperiode gedurende een lange tijd niet of nauwelijks door filmhistorici is onderzocht geweest. Het ogenschijnlijke filmhistorische belang van de conversieperiode ging met andere woorden lange tijd niet gepaard met een evenwaardig filmhistoriografisch belang. Zo kon Walker in 1978 in een van de eerste monografieën over de conversieperiode de periode omschrijven als de 'missing years' in de Amerikaanse filmgeschiedschrijving. 3 Het is eveneens opmerkelijk dat sinds het eind van de jaren zeventig deze stelling van Walker helemaal niet meer geldig lijkt te zijn. Niet alleen wordt in de meeste algemene filmhistorische handboeken van de laatste paar decennia een apart hoofdstuk aan de conversieperiode gewijd, maar er is ook een ware stroom van gespecialiseerde monografieën over het onderwerp op gang gekomen. 4 Het 4 | t m g -9 [1] 2006 Al Jolson in THE JAZZ SINGER, de eerste officiële gedeeltelijke talkie: 'Wait a minute, wait a minute, you ain't heard nothin ' yet!' Bron: Koninklijk Belgisch Filmmuseum, fotocollectie, map 1785
doi:10.18146/tmg.545 fatcat:g25ztnmp3rc6zo5eknbobd34ui