Tweemaal eenvoudig gecompliceerd?

Arie Rijkers
1997 Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie  
De in de laatste miljoenennota toege zegde verkenning van de richting waarin het Nederlandse belasting stelsel zich in het begin van de 21e eeuw moet ontwikkelen ligt klaar om op Prinsjesdag gepresenteerd te worden, zo blijkt uit berichten in de dagbladpers van 18 augustus 1997. De contouren van de plannen -details zijn mij nog niet bekend -zijn: 1 Het tarief van de inkomstenbelasting daalt 2 De basisaftrek wordt afgeschaft 3 Het arbeidskostenforfait maakt plaats voor een werknemersaftrek 4 Er
more » ... ordt gesneden in de aftrek van lijfrentepremies, (maar de hypotheekrenteaftrek blijft gehandhaafd) 5 De volksverzekeringen worden geheet gefis caliseerd 6 De winstbelastingen (inkomsten-en vennoot schapsbelasting op ondernemingswinsten) blijven nagenoeg ongewijzigd 7 De vermogensbelasting wordt geleidelijk afgeschaft 8 Het tarief van de BTW stijgt 9 Een fictief rendement op vermogen zal in de grondslag worden betrokken. Tegen de tijd dat deze column verschijnt zullen de details van de plannen bekend zijn. Hoe zal dan over de plannen worden geoordeeld? Met het oog op die politieke en wetenschappelij ke discussie reeds nu een kleine voorzet. Daarbij besteed ik heel kort aandacht aan de punten 1 tot en met 8. Het negende punt heeft mijn grootste aandacht. Het progressieve schijventarief(l) wordt als concept gehandhaafd, maar de schijven tarieven worden verlaagd. De eerste schi jf bedraagt 18% over de eerste 32.000 gulden. De tweede schijf loopt tot 64.000 gulden en bedraagt 36%. Boven 64.000 gulden zat het marginale tarief 48% gaan bedragen. Nu valt over de noodzakelijke hoogte van het tarief van de inkomstenbelasting weinig zinnigs te zeggen, afgezien van de relatie tot buitenlandse tarieven in verband met de mobili teit van arbeid en kapitaal. Wel kan worden gesteld dat het progressieve tarief theoretisch nog slechts symbolische betekenis heeft. De inkomensherverdelende bedoeling ervan maakt, mede gelet op afwentelingsmechanismen en de nivellering op het niveau van de primaire inko mensvorming, weinig indruk meer. Met het fundamentele draagkrachtbeginsel in de inkom stenbelasting heeft het al helemaal niets te maken. De progressie vormt daarom slechts een, theoretisch overbodige, complicerende factor in de inkomstenbelasting. De groei naar een proportioneel tarief is daarom wenselijk en slechts afhankelijk van de budgettaire mogelijk heden. In zoverre is de afvlakking van de pro gressie in de plannen een fraaie tendens. Wel moet worden bedacht dat dit ten dele wordt bekostigd uit de afschaffing van de basisaftrek en de verhoging van het BTW -tarief naar 19%. De basisaftrek(2) berust op de edele gedachte dat een brug eerst zichzelf moet kunnen dragen voordat andere lasten kunnen worden gedragen. Prof. Dr. A .C. Rijkers is hoogleraar Belastingrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant. OKTOBER 1997 EBab 4 8 7
doi:10.5117/mab.71.11693 fatcat:qu66i6qzsfhunj5gbvxignqsoq