H. den Heijer, Goud, ivoor en slaven. Scheepvaart en handel van de Tweede Westindische Compagnie op Afrika, 1674-1740

J. van Goor
2000 BMGN: Low Countries Historical Review  
Recensies globale stellingen zonder onderbouwing zijn gepubliceerd. We hebben nu een algemeen, genuanceerd beeld van de censuur in de Republiek ondanks het feit dat de auteur geen uitspraken wil doen die voor het hele land gelden. Maar het zal, zoals zij vaststelt, bij nader onderzoek wel overeind blijven. E. O. G. Haitsma Mulier H. den Heijer, Goud, ivoor en slaven. Scheepvaart en handel van de Tweede Westindische Compagnie op Afrika, 1674-1740 (Dissertatie Leiden 1997; Zutphen:Walburg pers,
more » ... hen:Walburg pers, 1997,xv + 445 blz., ISBN 90 6011 998 3). Dit proefschrift vult een lacune in de kennis over de Tweede West-Indische Compagnie; de begin-en eindjaren van de studie hebben te maken met de omzetting van de failliete eerste WIC in de tweede WIC en met de opheffing van het handelsmonopolie op Afrika in 1740. Daarna was de WIC niet veel meer dan een constructie om de particuliere Nederlandse handel in West-Afrika gaande te houden. Dankzij uitvoerig archiefonderzoek is de auteur in staat de bestaande beelden van een ongelukkige onderneming die geen bestaansrecht had te nuanceren. De stiefzuster van de VOC krijgt hiermee de behandeling die haar toekomt. In de historiografie werd zij meestal verwaarloosd. Vergeleken met de geschiedenis van de Verenigde Oost-Indische Compagnie was het verhaal van de WIC nooit erg aantrekkelijk. Het moeizame bestaan -bij elke verlenging van het octrooi van de WIC moest uitvoerig overlegd en gelobbyd worden, de personeelssterkte in Afrika was slechts een fractie van die van de VOC in Azië en werd slechts in honderden geteld tegenover de tienduizenden van de VOC, de veel kleinere omzet, die door menige vestiging van de VOC werd overtroffen -zou ook bij meer succes niet meer materiaal hebben geboden dan de geschiedenis van een VOC-factorij. De meest opvallende daden, de verovering van de zilvervloot door Piet Hein en de strijd om Brazilië, waren slechts kortstondige successen. Na het financiële debacle van de eerste compagnie werd in 1674 een nieuwe, afgeslankte handelsonderneming gecreëerd die zich vooral heeft toegelegd op de handel in goud en slaven; kaapvaart en oorlogvoeren, een paar van de belangrijkste activiteiten van de eerste WIC, waren na de Tachtigjarige Oorlog zinloos geworden. De kosten van de oorlog in Brazilië hadden bovendien de eerste West-Indische Compagnie de das omgedaan. De vraag die daarom in alle verhalen terugkeert, is dan ook: had de WIC wel bestaansrecht? Had men niet evengoed de handel zonder een monopolie-organisatie kunnen bedrijven? Vooral vanuit Zeeland was er veel aandrang om de handel in het Atlantisch gebied vrij te laten. 'Lorrendraaiers', handelaars uit de Republiek die het monopolie omzeilden, hoorden inderdaad tot de grootste concurrenten van de WIC in West-Afrika en hadden een negatief effect op de winsten. Hoewel wij deze vraag nu met meer argumenten kunnen beantwoorden dan tot nu toe mogelijk was, is dit boek veel meer dan een discussie over deze ene kwestie. Den Heijer heeft een brede studie gemaakt van de organisatie van de tweede WIC in de Republiek en in Afrika, de ontwikkeling van de handelsactiviteiten in Afrika, de omgang met Europeanen, Afrikanen, smokkelaars en piraten, en tenslotte de oorzaken van de opheffing van het handelsmonopolie. Hij maakt daarbij ook de nodige vergelijkingen met andere Europeanen, zoals de Engelsen, wier Royal Africa Company al in 1698 ter ziele ging, waama de handel op Afrika vanuit Engeland werd vrijgegeven. Andere Europese organisaties van een vergelijkbare aard zijn er wel geweest, zoals een Deense, een Zweedse en een Brandenburgse compagnie en de Franse Compagnie des Indes occidentales, maar deze hebben nooit erg veel voorgesteld. De Franse
doi:10.18352/bmgn-lchr.5169 fatcat:qhqzrc5a6rg67c24j4wuqwixfy