Een klein begin, op een nog weinig betreden terrein

1865 De Economist  
Her is nog nlet lang geleden ~ ongeveer een maand v66r de opening der groote wereldtentoonstelllng te Dublin, --dat in een der wijken van T,cnden een ~Tentoonstelling" werd geopend, van zeer bescheiden omvang tegenover die hater schit~erender uifgedoschte zuster: de South London Industrial Exhibition. ~.en zeveno honderdtal voorwerpen waren daar uitgestalg: producten van den nijveren arbeider der hoofdstad, vervaardig~t~i n zijne vrije nren, en van allerlei maaksel en vormen; een bont
more » ... een bont mengelmoes, maar toch in ieder voorwerp den s.tempel dragend van vrijen arbeid en cpgewekten ijver, van hen die daartoe met hunne vrije uren, op her gewone dagelijksch werk uitgekceht, hadden weten te woekeren. De l~rljze~ werden rondgedeeld (over meet dan de he]ft van de ingezonden vcorwerpen), met milde hand en zonder scherpe tegenstelllng van her een nevens Of boven her andere. Lotrelijke get~dg-~ekriften daarnevens nog, strekten tot hetzelfde doel: opwekking en aanmoediging, zonder dat aan de materieele waarde diet zilveren of bronzen medailles reel kon geheeht worden. Wie zijn bet, die wij die prijzen en getuigsehriften aan de inzenders zien uitdeelen? wie zien wij aan her hoofd staan der tentoonstelling, om haar voor de eer van den Engelsehen werkman w~l te doen slagen ? Grass Shaftesbury had her voorzittersehap van de kommissie tot regeling op zich genomen; de oude staatsman, de roem en de trots van her ]~ngelsche yolk, :Lord Palmerston, had de opdragt aangenomen prijsuitdeeler te zljn, en zag zieh bijgestaan door een aantal personen van aanzien en stand. T~ord Paln ~ bij zijn speech aan de inzenders ~ meende, Eugelands adel en rijkdom stelden er zich een eer in, aan de spitse te staan van al war kon strekken tot bevordering van algemeene welvaart en ontwikkeling. Engeland was her land, dat trots kon zijn cp de zonen zijns volks; voortgekomen uit lage geboorte, zich verheffende door eigen geestkraeht en zedelijke beginselen, tot staatsmannen en geleerden, tot veld-
doi:10.1007/bf02202357 fatcat:gju3gdhtfrcaji3nccz5tf732i